Buiten de lijntjes

Kleintje kleurde altijd binnen de lijntjes. Als ze dat echt goed kon, zou ze groter worden. Net als alle anderen. Het werk groeide haar boven het hoofd, maar Kleintje bleef kleuren. Binnen de lijnen. Zoals het hoorde. Al moest ze er de hele dag voor op haar tenen staan. De dagen en jaren waren te kort.

Kleintjes schaduw speelde voortdurend tikkertje.
Kleintje was altijd aan.

Ze reikte.
Ze wankelde.
Maar slaagde erin recht te blijven.

Kleintje reikte hoger en hoger. De schaduwen van de groten naast haar steelden de lichtpuntjes van haar werk. Ademloos keek Kleintje op naar hun knappe werk. Het duizelde in haar hoofd. Met een harde bons viel ze. Het penseel maakte een lelijke veeg.
Versuft keek ze om zich heen. Haar schaduw was verdwenen in die van de anderen. Kleintje krabbelde recht. Wat moest ze nu? Ze kon beter nog een veeg zetten. Hier en daar trok Kleintje een streep buiten de lijnen. De strepen werden woorden. Kleintje schreef in kleur. Stilaan kleurde ze alle schaduwen weg.