Horizon

Het valt me op. Thuis reikt mijn blik maximaal vijftig meter verder. Daar stopt de met klimop begroeide ruitjesdraad mijn ontdekkingstocht. Boven die barrière kan ik de oranje bakstenen achtermuur van het tuinhuis van de buren zien. Verder nog: een aantal daken en –gelukkig voor mijn mentale gezondheid- boomkruinen die vorm geven aan een zachtblauwe lucht. Op de fiets zoeken mijn ogen een weg doorheen de stammen van het dennenbos. Ik heb geluk: ik woon in Mooi Zutendaal.

Maar hoe anders zou ik denken, zou ik me voelen, zou ik zijn als mijn raam van vliegengaas zou uitkijken op een meer in het midden van de jungle? Als ik tijdens een wandeling langs de lavarotsen steeds de oceaan zou ontmoeten? Als mijn keukenraam uitzicht bood op een wijk in een miljoenenstad? Als ik de sneeuw van de hoogste bergtop op mijn terras zou kunnen zien? Wat zou er anders zijn aan mijn karakter als ik altijd de horizon in het vizier had?

Zou ik ruimdenkender zijn als ik tussen de Sloveense hooilanden, op de Galapagoseilanden of in het regenwoud zou leven?

Op reis ontdek je pas wat je woonplaats met je doet.