Een antwoord op de Albert Verwey-lezing van Bibi Dumon Tak

Wat voorafging: Bibi Dumon Tak hield een lezing waarin ze onder andere AVI-boeken aanwijst als de zondebok van ons falend leesbeleid. Je vindt de lezing hier: https://www.nrc.nl/nieuws/2021/06/24/wipneus-en-zijn-schimmelige-vriendje-pim-a4048654 en kan je beluisteren op De Grote Vriendelijke Podcast.

Dat Bibi Dumon Tak heerlijk schrijft, wist ik gelukkig al. Dat ze een soort bondgenoot is, heb ik laatst pas ontdekt. Er komt ook stoom uit míjn oren als steeds dezelfde boeken uit de oude doos gehuldigd worden. Neem bijvoorbeeld De vijf of Pinkeltje. Alsof Enid Blyton en Dick Laan heilig zijn. Het waren vakmensen, versta me niet verkeerd, maar er is intussen zoveel moois, zoveel nieuws, zoveel vernieuwends geschreven. Waarom jonge kinderen blijven confronteren met stereotypen uit boeken van de jaren vijftig en zestig? Waarom jonge lezers van nu doen geloven dat ze absoluut moeten houden van de ellenlange beschrijvingen waarvoor ik in de jaren tachtig wakker bleef?

Omdat heel wat grote mensen het niet de moeite waard vinden om zelf nog jeugdliteratuur te lezen -als ze al een boek vastpakken. Omdat boeken verkopen tegenwoordig marketing is. Algoritmes bepalen vandaag of een boek bij de lezer komt, niet de vakkennis van de boekhandelaar. Niet het beste boek telt, maar het populairste. Omdat het water aan de lippen staat van zowat elke boekhandelaar en uitgeverij, waardoor zij op veilig spelen. Een oude klassieker verkoopt immers altijd.

Sorry, Bibi Dumon Tak, ik ben het niet helemaal eens met de zondebok die jij aanwijst in jouw lezing. Het komt niet omdat jonge lezers leren lezen met zijwieltjes, zoals je het zo mooi verwoordt, maar omdat er niet genoeg middelen zijn om wegwijzers naar nieuwe routes te zetten. Het leestoerisme trekt immers te weinig volk.

Die zijwieltjes zijn niet het probleem. Je leert toch ook eerst voetballen op een kleiner plein? In de zwemles begin je met schoolslag voor je crawl oefent. Bij muziek leer je niet elke notenbalk ineens. Wat is er mis met stap voor stap een berg beklimmen? En wat is er in hemelsnaam mis met leren fietsen met zijwieltjes? Zolang de fietstocht maar de moeite waard is, toch? Tegenwoordig komen de zijwieltjes zelfs pas na de loopfiets, liefst nadat het kind eerst een helm op het hoofd zette. Kunnen kinderen daardoor minder goed fietsen dan wij toen wij klein waren? En vooral: vinden ze fietsen minder leuk?

Er zijn vandaag de dag veel meer fietsroutes dan vroeger waar ouders allerlei moois ontdekken samen met hun kinderen. Voor dat fietstoerisme wordt dan ook veelvuldig reclame gemaakt. We moeten ons dus afvragen waar de spot op de jeugdliteratuur naartoe is. Je moet tegenwoordig al een behoorlijk zoeklicht hebben en zelf op pad gaan om nieuws over jeugdliteratuur te ontdekken.

Daarom blijven ouders bij die oude klassiekers hangen. Zolang niemand hen de weg wijst in kinderboekenland, hebben ze schrik om verloren te lopen. (Gelukkig zetten jullie bij de GVP de jeugdliteratuur nog in de spotlights. Dank jullie wel, Bas en Jaap en alle anderen! Misschien moeten we nog meer wegwijzers naar de GVP zetten? Zodat er nog veel kinderen mooie routes in het jeugdliteratuurlandschap kunnen ontdekken.)

Het AVI-systeem heeft heel wat schaduwkanten, maar AVI-boeken de zondebok maken van ons falend leesbeleid, is volgens mij een brug te ver. Elke goede leerkracht zoekt naar materiaal op maat van zijn leerlingen. Inspelen op de beginsituatie noemen we dat. Daar is niets mis mee. Zolang we telkens hoger reiken.

Ik moet toegeven dat we zijn doorgeslagen. De grote mensen die boeken moeten aanreiken aan de kinderen, de vonk dus moeten laten overspringen, nemen met de chronometer plaats naast de leesroute. Waarom kunnen we niet gewoon vertrouwen op de vakkennis van de onderwijzer? Die voelt echt wel aan welk niveau een kind aankan. Omdat alles tegenwoordig moet gemeten worden. Nog erger dan die chronometer is dat het kind tijdens het meten wordt afgestraft als het een fout maakt. Daardoor leert elk kind dat lezen onveilig is. Verboden te struikelen en sterk afgeraden te vertragen om van het uitzicht te genieten.

En wanneer het kind de chronometer en de kruisjes die de leraar zet bij elke fout heeft overleefd, wanneer het kind het laatste AVI-niveau heeft gehaald, krijgt het een verplichte lijst in zijn handen geduwd, omdat de juf zelf nauwelijks jeugdboeken kent of omdat ze haar neus ophaalt voor boeken die in haar ogen niet meetellen. Als tiener moeten ze lezen voor de lijst. Voor vijftienjarigen staan daarop nog slechts een paar boeken op maat van jongeren die niet graag lezen. Zeg nu zelf, ken jij iemand die van muziek houdt omdat hij verplichte lijsten moest doorworstelen?

Neen, de AVI-boeken zijn niet leesafremmend, maar hoe we met boeken omgaan. AVI-boeken zijn net bedoeld om kinderen leeskilometers te laten maken. Zelf ploeterde ik als klein meisje verder in zinnetjes waarin nauwelijks samenhang zat. Kinderen die nu leren lezen, kunnen al na enkele weken naar de bib voor een ‘echt boek’. En vergeet niet: er zijn ook klassiekers binnen de AVI-boeken. Denk maar aan Vos en Haas van Sylvia van den Heede. Schitterend geïllustreerd door Thé Tjong King of Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon. Verder schreven in Vlaanderen schreven onder meer Bart Moeyaert en Kristien Dieltiens gelaagde AVI-verhalen.

Ja, natuurlijk zijn er ook vreselijke AVI-boeken, maar er zijn ook afschuwelijke gewone boeken. Met “horkerige taal en met fake news” zoals dat je als meisje pas lang en gelukkig leeft als de prins op het witte paard je heeft gered. Dat ene boek is toch niet het hele genre? Op de radio hoor ik ook soms afschuwelijke muziek, wil dat zeggen dat ik dan maar helemaal niet naar die zender moet luisteren?

Bibi Dumon Tak raakt in haar lezing nog een ander probleem: de afschuwelijke opdrachten bij elk boek. Waarom moet lezen altijd werken zijn? Waarom mogen kinderen niet gewoon genieten – op hun niveau – en een boek dichtslaan als het hen niet ligt?

Lezen is huiswerk geworden. Een voorwaarde om te slagen in het leven. Dat Bibi Dumon Tak de leesmethode aanvalt, daar kan ik me in vinden. Dat uitgevers zoals Querido vernieuwing zoeken, juich ik alleen maar toe. Ik kijk al uit naar het boek ‘Een tijger in je bed’ van Bibi Dumon Tak. Maar waarom zouden kinderen geen leesplezier kunnen hebben aan AVI-verhalen? Net zoals iedere schrijver, hoopt ook elke schrijver van AVI-boeken dat zijn lezers zijn boek “gelukkig zullen lezen”. Veilig moet toch niet ongelukkig zijn? Ik weet wel dat Guus Kuijer in Het geminachte kind stelt dat onveiligheid het kenmerk van literatuur is, maar het gaat hier over de vorm, niet over de inhoud van de verhalen. AVI-groeiboeken geven kinderen zelfs de kans om veilige én onveilige leeskilometers te maken. Er staan echt wel woorden in die de jonge lezers nog niet kennen, maar waarom zou je hen al veel te vroeg over een woord als ‘zijwieltjes’ laten struikelen als ze er alleen maar builen en blutsen van oplopen? Kinderen gaan net liever lezen als ze voelen dat ze het lezen de baas kunnen.

Lezen is als muziek. Er is niets mis mee om met kinderliedjes te beginnen, zolang je er maar van houdt. Er is niets mis met een deuntje van enkele noten, zolang je maar zin hebt om een stap verder te zetten. Er is niets mis mee om in het leven langzaamaan te stijgen. Zo kan je op je eigen tempo de top bereiken en onderweg van elk mooi uitzicht genieten omdat je niet voortdurend op de keien aan je voeten moet letten om ervoor te zorgen dat je niet steeds struikelt.

(Afbeelding van 165106 via Pixabay)